
WAT MAG.
Rob en Paul staan aan een middenlijn. Rob is aanvaller en Paul is zijn verdediger. Een medespeler van Rob plaatst de bal naar hem vanuit het ander vak. Paul probeert de bal te onderscheppen door vanuit zijn eigen val voor te springen. Hij raakt daarbij de lijn niet, duwt Rob niet weg en speelt de bal weer af voordat hij de grond in het andere vak raakt. Paul maakt in dit geval geen overtreding. Beiden hebben immers evenveel recht op het bemachtigen van de bal! Paul maakt ook geen overtreding wanneer hij Rob bij het voorspringen aanraakt.
bullet
Toelichting, Omdat lichamelijk contact bij korfbal over het algemeen verboden is, zou je verwachten dat Paul wel een overtreding maakt als hij Rob bij het voorspringen aanraakt. In de spelregels staat daarover het volgende (Par.16 i toelichting): Het komt vaak voor dat twee spelers in een poging om een bal te bemachtigen elkaar aanraken. Dit is alleen strafbaar als deze aanraking een gevolg is van een onbesuisdheid of afhouden. Het in de sprong wegtikken van de bal mag alleen dan worden bestraft als de aanraking bij het langspringen ontaard in een omverlopen of omver springen. Paul maakt dus geen overtreding wanneer hij bij het voorspringen, in een poging de bal te bemachtigen of weg te tikken, rob aanraakt, zolang hij hem maar niet omverloopt of omver springt.
WAT NIET MAG
In alle situaties, die hieronder beschreven worden, maakt Paul wel een overtreding.
Tenslotte.............
Nog een veel voorkomende situatie. Rob en Paul staan opnieuw aan de middenlijn. Een medespeler plaatst de bal naar Rob. Rob heeft in de gaten dat Paul wil voorspringen of daar al mee bezig is. Om zijn eigen kansen op het bemachtigen van de bal te vergroten strekt rob zijn armen naar voren uit, in de richting van de bal. Wanneer Paul bij het voorspringen de armen en/ of handen van Rob raakt, maakt Rob geen overtreding. Ook Paul maakt in dit geval geen overtreding.
Toelichting, Rob maakt geen overtreding omdat hij op een natuurlijke manier de bal tracht te bemachtigen: hij strekt zijn armen uit in de richting van de bal. Dat is een volstrekt normale manier om de bal te bemachtigen. Het is niet verboden de bal eerder te willen hebben dan je tegenstander. Rob maakt wel een overtreding wanneer hij het voorspringen van Paul probeert te verhinderen door een arm ,een been of een heup in zijn richting uit te steken. Rob houdt Paul in dat geval af. In de spelregels staat daarover het volgende (Par.16 i): Elke belemmering van de vrije beweging van de tegenstander is verboden, onverschillig of dit al of niet opzettelijk geschiedt. Voorbeelden zijn: wegduwen, omverlopen, belemmeren van een tegenstander in het opspringen of opstaan, uitsteken van een arm of been naar een toe of voorbijlopende tegenstander, waardoor deze wordt belemmerd in het lopen of wordt gedwongen tot een grotere omweg om het lichaam van de bedoelde speler te ontwijken. Ook wanneer Rob zich zo plotseling in de baan van Paul plaatst dat een botsing onvermijdelijk is, begaat Rob een overtreding. Rob maakt dus geen overtreding wanneer hij zijn armen naar voren strekt om de bal eerder te bemachtigen dan Paul. Paul maakt geen overtreding wanneer hij bij het voorspringen de armen en/of handen van rob raakt. Dit aanraken is wel strafbaar, als het ontaardt in omverlopen of omver springen.
De technische commissie