Home
StayOkay Sneek
view counter
» Bulletin nummer 10

overtredingen rond de paal

Het gebied rond de paal lijkt in steeds meer opzichten spelbepalend te worden. Zo leidt het innemen van de beste plaats, enerzijds om de bal vanuit die positie goed aan te kunnen geven en anderzijds om de beste afvangpositie in te nemen na een schot, vaak tot onverkwikkelijke taferelen. Er zijn echter meer spelsituaties rond de paal denkbaar. Daarover gaat dit spelregelbulletin. De technische commissie hoopt hiermee de scheidsrechter (en eventueel de grensrechter) gereedschap te geven tegen onjuiste situaties op te treden.

Het is aan de scheidsrechter overtredingen te bestraffen. Als het gaat om de overtredingen in de paalzone kan in beginsel worden teruggevallen op de volgende spelregels.

  • Par. 16i: Het is verboden een tegenstander te duwen, vast te houden of af te houden.
  • Par. 16j: Het is verboden een tegenstander te zwaar te hinderen.
  • Par. 16s: Het is verboden de paal beet te grijpen bij het springen, lopen of afzetten.

In dit spelregelbulletin worden met name deze spelregels, toegespitst op situaties rond de paal, nader besproken en toegelicht.

Duwen en vasthouden

De spelregel zegt: Elke belemmering van de vrije beweging van de tegenstander is verboden, onverschillig of dit al dan niet opzettelijk geschiedt. Het duwen en vasthouden van een tegenstander is in elke situatie een overtreding. Het verbod hiertegen vloeit onmiddellijk voort uit het gegeven, dat korfbal een behendigheid en geen kracht spel is. Als het samenspel zich er echter toch kan ontwikkelen, is het denkbaar dat de scheidsrechter niet affluit. Hij dient zich er echter rekenschap van te geven, dat bij doorspelen irritaties e.d. kunnen ontstaan. Het is daarom aan te bevelen zorgvuldig af te wegen of niet beter direct kan worden afgefloten. De moeilijkheid is vaak vast te stellen wie als eerste is begonnen. Het is een taak van de scheidsrechter hierop attent te zijn. Door consequent de spelregels te hanteren en vooral de eerste overtreding te bestraffen kan veel irritatie worden voorkomen. Indien een verdediger herhaaldelijk tegen deze spelregel zondigt, kan de scheidsrechter dit met een strafworp bestraffen. Het volgende mag zeker niet worden goedgekeurd. Na een schot rent een verdediger naar de korf om de bal af te vangen of weg te tikken. Het is niet correct als hij bij het neerkomen na het afvangen of wegtikken op of tegen de zich daar bevindende tegenstander (s) landt. Ook al heeft hij de bal daarvoor correct gevangen of weggetikt. In de spelregeltekst die met ingang van 1 juli van kracht is, is dit nu ook met name als verboden opgenomen!!

Afhouden

De spelregel zegt uitdrukkelijk dat een speler niet verplicht is voor een tegenstander plaats te maken. Elke speler mag zich opstellen en zich in een vrije ruimte verplaatsen zoals hij verkiest. Alleen indien hij zich zo plotseling in de baan van een lopende tegenstander plaatst, dat een botsing onvermijdelijk wordt, is hij strafbaar. Er kan dus zowel bij een stilstaande positie als in een bewegende situatie sprake zijn van afhouden. Tevens laat de spelregel in het midden of het om een aanvaller of een verdediger gaat. In de toelichting op spelregel 16i staat echter ook: Het komt vaak voor dat twee spelers, in een poging om een bal te bemachtigen, elkaar aanraken. Dit is alleen strafbaar, als deze aanraking een gevolg is van een onbesuisdheid of afhouden. In dat geval moet de scheidsrechter beslissen wie de schuldige is. Hieronder volgen enkele voorbeelden.

  • De aanvaller staat met de bal in handen in grote schrede stand en leunt op de voorste voet. De verdediger leunt ook naar voren, maar raakt zijn tegenstander niet. Als de aangever zich verplaatst naar zijn achterste voet en hij drukt zijn correct verdedigende tegenstander weg, dan is er sprake van een overtreding van de aanvaller.
  • De aanvaller spreidt de armen en/of benen om voor verdedigen tegen te gaan. Als de verdediger tegen deze gespreide armen en/of benen aanloopt of gedwongen wordt tot een omweg, is er sprake ven afhouden door de aanvaller.
  • Aanvaller en verdediger staan bij de paal om een schot af te vangen. Het schot gaat over de korf heen. De verdediger blijft staan. De aanvaller beweegt zich naar achter om naar de bal te gaan en botst tegen de verdediger aan. In dit geval is er sprake van een overtreding (duwen) door de aanvaller.
  • Bij het afvangen springt een speler schuin omhoog, zodanig dat hij zijn tegenstander raakt. Enerzijds kan hier sprake zijn van wegduwen ,anderzijds van afhouden als de tegenstander hierdoor niet mee kan springen. In beide gevallen is er sprake van een overtreding door de springende speler.
  • Bij een doorbraak van een aanvaller zal de aangever door zijn verdediger daarbij worden gehinderd. Deze verdediger mag zich daarbij niet plotseling in de ban van de doorgebroken aanvaller plaatsen, waardoor een botsing of een grotere omweg onvermijdelijk is. Dat is een vorm van afhouden, die in de meeste gevallen direct met een strafworp moeten worden bestraft.
  • Wanneer de beoogde afvangpositie is ingenomen, is het voor deze speler zaak deze positie te handhaven. Dat mag echter niet leiden tot overtredingen als wegduwen of afhouden van de tegenstander. De speler mag bijvoorbeeld zijn tegenstander niet afhouden door zich >breed= te maken, door het uitsteken van armen en/of benen. Verder mag de speler zich niet zo plotseling in de baan van zijn al bewegende tegenstander begeven, dat een botsing onvermijdelijk is; het z.g. uit blokken. Ook dat is een overtreding wegens afhouden. Ook het vastzetten van de tegenstander tegen de paal is ongeoorloofd en dient direct te worden bestraft met een vrije worp tegen.

Te zwaar hinderen

Het is dus niet verboden een tegenstander zwaar te hinderen. Ook bij deze regel geldt, eveneens bij afhouden, dat dit een uitvloeisel is van het beginsel, dat de korfbal een behendigheid- en geen kracht spel is. Ook hier enkele voorbeelden.

  • Zwaar hinderen houdt niet in, dat je de tegenstander mag aanraken. Een klein tikje tegen de elleboog voor het vangen of op het moment van werpen kan - vanuit het oogpunt van de verdediger - weliswaar >nuttig= zijn, maar is niet toegestaan. Als daardoor een doelkans verloren gaat, moet een strafworp volgen.
  • De verdedigende speler mag er met zijn bewegingen op gericht zijn de werper uit te lokken de bal tegen zijn hand of arm te werpen en/of de bal te onderscheppen. Het betekent echter niet dat bijvoorbeeld met de armen om de tegenstander heen mag worden gestaan, zodat deze bij enige beweging tegen deze armen aankomt. Hier is sprake van te zwaar hinderen en dat is niet toegestaan.
  • Het gebeurt ook wel dat een speler de hand (en) voor het gezicht van zijn tegenstander houdt, zodat deze heel weinig kan zien van het spel. Dat is zonder meer in strijd met de spelregel inzake te zwaar hinderen. Bestraffen dus.

Tot slot hierbij nog een citaat uit het spelregelboekje.

Bij onverwachte bewegingen van de tegenstander zullen zich vaak situaties voordoen, waarbij de bewegingsvrijheid wordt belemmerd. Zulke gevallen worden niet bestraft, mits de hinderende speler direct streeft naar het herstel van de bewegingsvrijheid van de tegenstander.

De paal gebruiken

Over het algemeen bestaan er geen problemen wat de scheidsrechter moet doen als de paal wordt gebruikt. In het kader van dit spelregelbulletin kan dit echter niet onvermeld blijven. Enkele voorbeelden.

  • De verdediger bevindt zich tussen paal en aanvaller. Als de laatste zich naar achteren begeeft en daarmee de verdediger tegen de paal aandrukt, dan is de aanvaller in overtreding.
  • Als echter de verdediger in voorbeeld 1 mee naar achteren loopt, dan is dit tegen de paal aanlopen een fout van de verdediger, die daarvoor zeker moet worden bestraft als hij de paal beweegt en een schot mis gaat. Het hangt van het schot af, of een strafworp of een vrije worp aan de aanvallende partij moet worden gegeven. De scheidsrechter moet deze situatie goed beoordelen.
  • Bij een vrije worp kan een verdediger zich precies zo opstellen, dat hij zich kan afzetten aan de paal. Het spreekt bijna vanzelf dat de scheidsrechter dit voorkomt voordat hij in fluit.

Tot slot wijst de technische commissie erop, dat dit bulletin is geschreven met de bedoeling overtredingen rond de paal te bespreken. Daarbij is een aantal spelregels als basis gebruikt. Dat betekent niet, dat daarmee deze spelregels uitputtend zijn behandeld. In deze spelregels staan nog andere spelsituaties vermeld, die echter niet direct voor rond de paal zij, maar natuurlijk wel van kracht blijven.