Home
StayOkay Sneek
view counter
» Bulletin nummer 9

SPEL OPHOUDEN VERLEDEN TIJD.

Na een discussie van een jaar of acht en een proefperiode van twee jaar in de hoofd- en overgangsklasse is besloten spelregel 16 g te wijzigen met ingang van 1 juli 1990.

In de oude regel stond: het is verboden het spel onnodig op te houden. Daar komt nu te staan: het is verboden het spel op te houden:. Het doel is alle vormen van spel ophouden strafbaar te stellen.

Daarbij blijven de nummers 1 t/m 5, zoals die in de toelichting op de oude regel stonden gehandhaafd:

  1. Treuzelen bij het overplaatsen;
  2. Treuzelen bij het gereedmaken voor een vrije worp;
  3. De bal ver buiten het veld werpen of schoppen;
  4. De bal van de aanval naar de verdediging terug plaatsen, tenzij dit geschiedt om het opbrengen beter te doen verlopen;
  5. Treuzelen bij het vervangen van een speler.

Nieuw in de toelichting zijn de nummers 6 t/m 8. Daarin is aangegeven wanneer er ook sprake is van spel ophouden.

In het spel is het de bedoeling:

  • De bal naar de eigen aanval te brengen;
  • Daar doelkansen te creëren;
  • Doelpunten te maken.

Daarom is de omschrijving in drieën verdeeld: tot spel ophouden is nu ook te rekenen:
bullet

  1. Ver doorvoeren van samenspel, dat onvoldoende gericht is op het opbrengen van de bal naar het aanvalsvak.

De scheidsrechter hoeft niet voor elke bal die achterwaarts wordt gespeeld af te fluiten (zie ook 4) maar doet dat pas als hij de indruk heeft dat het opzettelijk gebeurt met het doel tijd te winnen. Bijna altijd gaat het herkennen hiervan gepaard met een veranderde speelwijze van een vak (ploeg).

  1. Ver doorvoeren van samenspel dat onvoldoende gericht is op het scheppen van doelkansen.

Samenspel in de aanval moet gericht zijn op het scheppen van doelkansen. Als de scheidsrechter de indruk krijgt dat er samengespeeld wordt om tijd te winnen en elke doelgerichte actie ontbreekt dan fluit hij af. De scheidsrechter dient wel begrip te tonen voor een iets voorzichtiger speelwijze van de partij die voorstaat. de aanval zal misschien op een wat rustiger wijze werken aan het scheppen van doelkansen, maar er moet nog steeds sprake zijn van doelgericht aanvalspel.

  1. Het bewust negeren van duidelijke doelkansen.

Als een aanvaller een duidelijke doelkans heeft dan: a) schiet hijzelf of b) speelt hij over en krijgt de bal in betere positie terug en schiet dan (of het samenspelen herhaald zich) of c) hij speelt af naar een medespeler die in zijn ogen een betere doelkans heeft. Deze doelt dan of b en c zijn opnieuw van toepassing.

Het is de scheidsrechter die bepaalt of het niet doelen van een vrijstaande aanvaller het doelgericht aanvalsspel ten goede komt of slechts het ophouden van het spel tot doel heeft. Het mikken voor een schot (en dan toch overplaatsen) werd ook in de oude spelregel als spel ophouden aangemerkt. Verder houd de scheidsrechter rekening met:

  • De technische vaardigheid van de spelers. Bijvoorbeeld het tempo van vrijlopen en samenspel is niet op elk niveau gelijk!
  • De stand in en het stadium van de wedstrijd. Vooral de stand in de eindfase kan een belangrijke rol spelen. Op momenten dat een ploeg een of twee doelpunten voorstaat zal de scheidsrechter extra attent moeten zijn.
  • De zichtbare inspanning die de tegenpartij (lees: de verdediging) zich getroost om doelkansen te voorkomen of de bal te bemachtigen.

Als de verdediging door minder actief volgen en hinderen van de aanvallers meer risico neemt of zelfs ten einde raad naar de korf gaat teneinde de aanvallers te dwingen tot schieten, dan geeft de scheidsrechter de aanval de gelegenheid zich in te stellen op deze andere speelwijze. De doelgerichtheid moet blijven en het schot moet uiteindelijk wel komen. Maar door tot dicht bij de korf te combineren mag de aanval wel zoeken naar de beste mogelijkheid hiertoe.

Indien beide partijen zich om beurten bezighouden met spel ophouden, dan kan dat leiden tot het staken van de wedstrijd. Dit is op te voorkomen, dat de scheidsrechter steeds bij beide partijen moet fluiten voor spel ophouden, zonder dat hij de middelen heeft om beide partijen te corrigeren. De scheidsrechter waarschuwt beide aanvoerders eenmaal (tegelijk); bij herhaling volgt het staken van de wedstrijd.