Home
Café restaurant 't Vonder
view counter
» Bulletin nummer 8

STIP, SCHEIDS!

Vaak zijn spelers, speelsters, scheidsrechters, coaches en publiek het niet met elkaar eens over het al of niet geven van een strafworp. Dat zal ook niet gauw veranderen omdat die meningsverschillen vaak komen door verschillende waarnemingen. En waarnemingsverschillen zullen blijven. Een deel van de misverstanden ontstaat evenwel ook door het niet goed kennen van de regels die gelden rondom de strafworp. De technische commissie wil een poging wagen enkele regels zodanig te beschrijven dat er wat meer inzicht en begrip ontstaat bij alle betrokkenen.

HET NEMEN

Bij het daadwerkelijk nemen van een strafworp valt een aantal opmerkingen te maken:

  • Als een speler een strafworp neemt voor het fluitsignaal moet de strafworp opnieuw worden genomen.
  • Als de scheidsrechter in fluit, betekent dat, volgens de scheidsrechter aan alle voorwaarden is voldaan (ieder mag er dus vanuit gaan, dat hij op afstand staat). De scheidsrechter mag dus nooit een strafworp laten overnemen omdat een verdediger te dicht bij stond of te langzaam wegliep. Evenmin mag de nemer worden bestraft omdat hij niet op de juiste plaats stond.
  • Bij te vroeg inlopen van een verdediger ( dus eerder binnen de toegestane afstand komen dan het moment waarop de bal is losgelaten), moet de strafworp worden overgenomen worden behalve waarneer hij zit.
  • Als de nemer na het fluitsignaal de grond tussen de stip en de paal raakt voor de bal is losgelaten, krijgt hij een vrije worp tegen (onafhankelijk van het resultaat van de vrije worp).
  • Tegenstanders mogen door geen enkele handeling of opmerking het ongestoord nemen belemmeren. Alleen de scheidsrechter bepaalt of een handeling of geluid storend werkt. Opgemerkt moet worden, dat het meelopen van een verdediger met zijn tegenstander ( een aanvaller) niet als een hinderlijke beweging moet worden aangemerkt.
  • De vier seconden regel geldt bij een strafworp niet. Maar oneindig lang mikken mag ook niet omdat dan paragraaf 16g ( het spel ophouden) wordt overtreden. Slechts de scheidsrechter bepaalt of dat vertragen de bedoeling van spel ophouden heeft!

HET TOEKENNEN

Meer problemen dan bij het nemen levert het toekennen van een strafworp op. De scheidsrechter heeft daarbij twee mogelijkheden:

A. Een strafworp moet.

De scheidsrechter moet een strafworp geven als door een overtreding van een tegenstander een vrije doelkans verloren gaat. het maakt daarbij niet uit of de aanvaller die de vrije doelkans heeft de bal wel of niet in bezit op het moment van de overtreding. Dus ook overtredingen bij het aanspelen - zelfs vanuit een ander vak - kunnen tot een strafworp lijden. Het is wel van belang dat de aanvaller(s) zich bewust (zijn) van deze vrije situatie! En paar opmerkingen:
bullet

lang niet alle overtredingen worden bewust gemaakt. Gelukkig maar. Echter, ook een onbewust gemaakte overtreding kan een strafworp tot gevolg hebben!
bullet

vooral bij een doorloopbal bestaat nogal wat misverstand over een vrije doelkans.als een aanvaller en een verdediger precies naast elkaar naar de korf snellen, heeft de aanvaller het recht tot doelen, dus een vrije doelkans! Als de verdediger probeert de bal te blokkeren bij de doelpoging en hij blokkeert daarbij ook de armbeweging van de aanvaller, dan is dat niet juist! Ook al wordt de hinderende arm keurig stil gehouden, volgt een strafworp, tenzij uit de doelpoging wordt gescoord.( afhankelijk van het moment waarop de scheidsrechter voor deze overtreding fluit heeft de bal op het moment van fluiten de bal al verlaten dan kent hij een doelpunt toe. Heeft de aanvaller de bal nog vast op het moment van fluiten dan dient volgens de laatste spelregelwijziging een strafworp te volgen ook al gaat de bal door de korf )
bullet

Als een scheidsrechter de voordeelregel toegepast en, ondanks de overtreding, een schotpoging toelaat, klinkt als hij daarna alsnog een strafworp geeft soms de opmerking:Twee kansen. Vaak is die opmerking onjuist. Als de doelpoging door de overtreding nadelig wordt beïnvloed, mag de scheidsrechter rustig eerst het resultaat afwachten en dan alsnog bestraffend optreden. Hij handelt evenwel onjuist als de doelpoging niet door de overtreding wordt beïnvloed en hij na de gemiste doelpoging ook nog een strafworp geeft.
bullet

Over het wel of niet geven van een strafworp bij het hinderen van iemand die reeds door een ander gehinderd wordt, wordt verwezen naar spelregelbulletin nr 7.

B. Een strafworp mag.

Bij een overtreding door een verdediger herhaaldelijk gepleegd, waardoor de aanvaller wordt belemmerd doelkansen te verwerven kan de scheidsrechter een strafworp toekennen. Ook bij deze z.g. herhaalde overtredingen een aantal opmerkingen:
bullet

Deze overtredingen hoeven niet dezelfde te zijn.

Ze moeten wel door dezelfde verdediger in het verdedigingsvak gemaakt zijn. overtredingen in het andere vak begaan mogen niet worden bijgeteld. Overtredingen van vakgenoten of zelfs de hele ploeg mogen hierbij evenmin in ogenschouw genomen worden. Een geheel vak waarschuwen dat bij de eerstvolgende overtreding een strafworp volgt, is onjuist.

Het is uitermate verstandig van een scheidsrechter om een verdediger een seintje te geven dat de maat vol is: de volgende overtreding is een strafworp of iets dergelijks. Maar het is niet verplicht!! Bij herhaalde overtredingen kan de scheidsrechter ook zonder voorafgaande waarschuwing een strafworp geven. Herhaaldelijk betekent: meer dan een. Bij forse overtredingen kan twee keer al genoeg zijn, bij minder ernstige overtredingen kan de strafworp soms wat langer uitblijven (steeds ter beoordeling van de scheidsrechter!).

Een gewaarschuwde speler hoeft nog niet bij elke overtreding daarna een strafworp tegen te krijgen: Het moet wel de eerder genoemde soort overtreding zijn (b.v. niet voetbal, de paal raken e.d.). een eenmaal gegeven laatste waarschuwing blijft uiteraard wel gelden, ook als de gewaarschuwde verdediger een andere tegenstander krijgt, begint het tellen niet opnieuw! Ook na een wegens herhaalde overtredingen gegeven strafworp begint het tellen niet opnieuw!

ENKELE OORZAKEN

Tot slot nog een vijftal veel voorkomende situaties.

Een aanvaller speelt de bal vanuit de hoek van het vak naar de korf, passeert zijn verdediger en wordt daarna door die verdediger gepakt, dus onreglementair van verder doorlopen afgehouden. Strafworp zal iedereen roepen eb veelal wordt deze dan ook gegeven. Toch is dat niet altijd terecht. Dat hangt af van het geen er bij de korf gebeurt. Als daar een mede aanvaller de bal krijgt bestaat de mogelijk om aan te geven en gaat er dus een doelkans verloren ............STIP! Maar als de bal op correcte wijze door de verdediging wordt onderschept, gaat er geen doelkans verloren door de overtreding. Er volgt dan geen strafworp, ook niet bij een forse overtreding van de eerstgenoemde verdediger, wel een vrije worp. Natuurlijk volgt wel een strafworp bij herhaling.

Als een verdediger de paal beweegt tijdens een doelpoging, bestaat de mogelijkheid een strafworp te geven. Te vaak wordt bij elke beweging van de korf om een strafworp geroepen. Er zijn namelijk twee voorwaarden aan het toekennen van zo'n strafworp verbonden:

  1. Zonder die beweging moet de kans op een doelpunt aanwezig zijn geweest ( en dat moet de scheidsrechter beoordelen).
  2. De beweging van de korf moet die kans verminderd of teniet gedaan hebben. Met andere woorden: als de beweging van de korf de kans op een doelpunt vergroot door in de goede richting te gaan, maar de bal treft geen doel, dan volgt geen strafworp. Een concreet voorbeeld: de korf beweegt naar voren, de bal raakt de voorkant, dan volgt geen strafworp!

Het treuzelen bij het gereedmaken voor een vrije worp is een van de spelovertredingen van paragraaf 16g (het spel onnodig ophouden).Als dezelfde verdediger herhaaldelijk niet vlot genoeg op 2.50 m gaat staan, heeft de scheidsrechter volgens paragraaf 16g het recht, direct die verdediger te bestraffen met een nieuwe vrije worp, ook al is voor de oorspronkelijke nog niet ingefloten. Bij herhaling door dezelfde verdediger kan de scheids (liefst na waarschuwing) een strafworp geven! ( denk als u dit leest even aan de spelregelwijziging betreffende het nemen van de vrije worp Als bij het nemen van een vrije bal iemand van de verdedigende partij na voor de tweede maal na 4 seconden niet op de juiste afstand staat moet de scheidsrechter een strafworp geven)

Een omdraaibal levert nogal eens een strafworp op. Niet altijd terecht. Als de aanvaller daarbij de loopregel niet overtreedt, zijn verdediger niet wegduwt en vrij is gekomen ( dus dichter bij of even ver van de paal als de verdediger), dan is het bij missen niet altijd een strafworp. Die wordt pas gegeven als de verdediger een overtreding begaat. heel vaak is de bal ( in handen van de aanvaller) wel dichter bij de paal dan de verdediger maar de aanvaller zelf niet! Dan volgt geen strafworp( er gaat immers geen vrije doelkans verloren). In deze situatie wordt vaak verdedigd gedoeld! De verdediger moet echter wel aan alle vier gestelde voorwaarden voldoen! Bij een verrassing omdraaibal kijkt de verdediger soms de verkeerde kant op of staakt geen arm uit. Zodat dan wel een doelpoging gedaan mag worden!

Een vrij worp nemer speelt de bal af naar een medeaanvaller. Deze vangt de bal en daarna wordt het aanspelen van de bal terug naar de achteruit lopende nemer door de verdediger onreglementair verhinderd. Als de rechtstreekse verdediger van de vrije worp nemer niet ogenblikkelijk met zijn tegenstander meegaat, is het zeker dat de nemer een vrije schietkans zou hebben verkregen. Te vaak wordt in deze situatie in plaats van een strafworp een nieuwe vrije worp gegeven.