Hinderen ....hoever mag je gaan?
Hinderen mag, zwaar hinderen mag niet. In dit spelregelbulletin wil de technische commissie nog eens precies uitleggen waar de grens tussen zwaar en te zwaar hinderen getrokken moet worden. In bulletin nr. 4 (over afhouden) is al uiteengezet dat korfbal een behendigheid en geen krachtsport is. Dit uitgangspunt vinden we in de officiële spelregels terug in de paragrafen 16i en 16j:
Het gaat in beide regels dus over het belemmeren van de vrije beweging van de tegenstander. In 16i voornamelijk over het verplaatsen en lopen van de tegenstander, waarbij de plaats van de bal niet belangrijk is. In 16j voornamelijk over het afspelen, wanneer de tegenstander de bal in zijn bezit heeft. In dit bulletin gaat het over het laatste: speler A probeert het afspelen van de bal in de gewenste richting door speler B te verhinderen. Speler A mag proberen het werpen van de bal in de gewenste richting te bemoeilijken en uit te lokken dat speler B de bal tegen zijn hand of arm werpt. Speler A mag daarbij uitsluitend de bal blokkeren, door zijn hinderende arm te brengen in het vlak van de baan, die de werpende arm beschrijft. Ook als speler B daarbij de bal nog vast heeft en hem tegen de hand of arm van speler A brengt, is er sprake van correct hinderen. Samengevat, (zwaar) hinderen, is toegestaan, zolang de hinderende speler door bewegingen van de arm (en) de bal probeert te blokkeren, daarbij de werpende speler niet in het vrije gebruik van zijn lichaam belemmert en bij het aanraken van de bal zijn arm (en) niet meer in de richting van de bal beweegt. Waar zwaar hinderen overgaat in te zwaar hinderen, wordt aan de hand van de volgende spelsituaties verduidelijkt. In alle onderstaande situaties is er sprake van een overtreding!
Uit het voorgaande blijkt dat (zwaar) hinderen mag, zolang de hinderende speler:
Als hij aan een van deze drie voorwaarden niet vol doet, is er sprake van te zwaar hinderen.
Tenslotte nog dit. Het komt tegenwoordig nogal eens voor dat ploegen door veel kleine overtredingen van Par.. 16j proberen het tempo uit het spel van de tegenpartij te halen. Vooral in het verdedigingsvak (bij het uitspelen van de bal). De scheidsrechter kan immers toch geen strafworp geven! Even de bal aantikken, even de arm aanraken of even tegen het lichaam aan gaan staan. Scheidsrechters dienen hier streng tegen op te treden, niet alleen in de eindfase van de wedstrijd maar ten alle tijde. Zeker als men uitsluitend de bedoeling heeft het ritme van de tegenpartij te verstoren, moet de scheidsrechter deze overtredingen niet laten passeren. Bij herhalingen dient hij het zelfs als wangedrag te beschouwen en maatregelen terzake te nemen.