de vrije worp
Dit spelregelbulletin gaat over het onderbreken en het hervatten van het spel door de scheidsrechter. De nadruk ligt op die situaties, waarin het spel met een vrije worp hervat moet worden. In de volgende drie gevallen moet de scheidsrechter het spel onderbreken.
- Als er sprake is van onbillijke bevoordeling. De scheidsrechter laat het spel d.m.v. een fluitsignaal hervatten, nadat hij de situatie naar billijkheid heeft laten herstellen (door de bal te geven aan wie er recht op heeft of door een scheidsrechtersworp te geven als geen van de spelers er recht op heeft). Het spel wordt normaal hervat, dus niet met een vrije worp. Als een verdediger na het fluitsignaal zijn verdedigende taak verwaarloost, kan er dus ook ogenblikkelijk worden geschoten. Geeft de scheidsrechter een scheidsrechtersworp, dan mag dat niet.
- Indien maatregelen nodig zijn als gevolg van o.a. wangedrag. Wangedrag kan wel en niet met een spelregelovertreding gepaard gaan. Zo niet dan volgt geen vrije worp of strafworp.
- Als er sprake is van een spelregelovertreding. Een spelregelovertreding wordt bestraft met een vrij worp voor de tegenpartij. als de scheidsrechter meent dat hij de voordeelregel, onderbreekt hij het spel uiteraard niet. Doet hij dat wel, dan wordt het spel hervat met een vrije worp of een (strafworp) voor de tegenpartij. na een fluitsignaal kunnen geen spelregelovertredingen meer worden begaan, met uitzondering van twee: treuzelen bij het gereed maken voor een vrije worp ( de scheidsrechter geeft direct een vrije worp aan de tegenpartij: affluiten is niet meer nodig!) en de bal bij dood spel weg werpen of schoppen (b.v. tijdens het wisselen na een doelpunt).
Over de plaats van een vrije worp is een vijftal opmerkingen te maken
- In principe wordt de vrije worp genomen op de plaats waar de overtreding werd begaan.
- Soms op de plaats van de speler tegen wie de overtreding werd begaan (voorbeeld: een speler begaat vanuit zijn eigen vak een overtreding tegen iemand in het andere vak de plaats van de vrij worp is dan in het vak waar deze speler thuis hoort.
- Bij een uitbal op de plaats waar de bal de lijn passeerde
- Een lijnbal levert een vrije worp op in het vak waar de speler zelf niet thuis hoort ( of buiten het veld).
- Er geld een uitzonderingen op bovenstaande: als gedoeld wordt wanneer dat niet toegestaan is (b.v. vanuit het andere vak of rechtstreeks uit een vrije worp of scheidsrechtersworp), dan is de plaats van de vrije worp daar waar de doelende speler zich bevond.
Het volgende heeft betrekking op het nemen van de vrije worp.
- De vrije worp wordt gegeven aan de tegenpartij niet aan de tegenstander!
- Elk van de vier speler(sters) in een vak mag de vrije worp nemen.
- Als de vrije worp voor het fluitsignaal wordt genomen, moet hij worden overgenomen.
- Bij herhaling van deze situatie kan de spelregel " het spel onnodig ophouden van toepassing zijn."
De scheidsrechter fluit als de nemer gereed staat en aan alle gestelde regels is voldaan. Het fluitsignaal voor het nemen van de vrije worp houdt dus in dat de scheidsrechter meent dat aan alle bepalingen voldaan is. Als hij echter vindt dat dit niet het geval was, kan hij zijn fluit herstellen door de vrije worp te laten overnemen en niet door een vrije worp aan de andere partij te geven. De nemer mocht er immers ook van uit gaan dat alles in orde was!
Drie herkenbare spelsituaties ter verduidelijking:
- De tegenstander of een medespeler van de nemer staat niet op 2.50 meter afstand en er wordt ingefloten ( wat in het verdediging vak nogal eens voorkomt). Bij het mislukken van de worp kan de scheidsrechter niemand bestraffen, hoogstens de worp over laten nemen.
- Bij een uitbal staat de nemer op het moment van influiten op de lijn: de worp moet worden overgenomen( niet op de juiste plaats genomen). N.B. Als de nemer na het fluitsignaal op de lijn stapt en de bal nog in zijn bezit heeft, is hij fout en volgt er een vrije worp voor de tegenpartij in het veld.
- Bij de uitworp wordt pas ingefloten als na de vakwisseling alle spelers in hun vak zijn aangekomen en de gelegenheid is gegeven positie te kiezen. Als dat te langzaam gebeurt zijn andere middelen dan snel influiten op hun plaats ( influiten zou leiden tot onbillijke bevoordeling).
Bij het nemen van de vrije worp gelden de volgende bepalingen.(let op dat de spelers tegenwoordig vier seconden hebben om zich op te stellen deze gaan in zodra de nemer kan klaar staan en de scheidsrechter dit heeft aangegeven door zijn vier vingers op te steken)
- Vier seconden na het fluitsignaal moet de bal weer in het spel zijn (eerder mag). Ook al komen tegenstanders inlopen vier seconden blijven! Ook al stuit de nemer de bal een keer op de grond, dan nog blijven de vier seconden van kracht, omdat geen andere speler de bal heeft aangeraakt.
- Alle overige spelers moeten op ten minste 2.50 m. Afstand staan als er wordt ingefloten (gemeten tussen de voorste voeten). Zolang de nemer geen beweging met de bal maakt,(tegenwoordig is iedere beweging van toepassing ) blijft dat zo! Zodra hij wel een beweging met de bal( of zijn lichaam maakt), mogen de tegenstanders binnen de 2.50 m. Komen let op de medespelers mogen dat niet!
- Doelen uit de vrije worp mag niet. Pas nadat de bal vrij in de lucht is geweest en daarna door een ander is aangeraakt, mag er gedoeld worden.
Het aangeven van de bal na het nemen van de vrije worp verdient nog even extra aandacht. Twee gangbare aanspeelroutes zijn met een lijn aangegeven.
- Op de plaatsen A en B wordt te vaak de 2.50 m. Te vroeg overschreden. Een cirkel met een straal van 2.50 m. Neemt nogal wat ruimte in!
Bij A of B (en vaak al veel eerder) worden ontstellend veel overtredingen begaan tegen de aangever. Vaak worden alk armen naar hem uitgestoken voor het fluitsignaal klinkt! Op zich mag dat, maar zodra die aangever gaat lopen moet de belemmerende arm weg, wat bijna nooit gebeurt (afhouden). Bovendien maken veel verdedigers daar lichamelijk contact om het aangeven te beletten. Krijgt de aangever in de buurt van A of B desondanks de bal, dan is de volgende overtreding vaak te zwaar hinderen door niet alleen de bal maar ook de arm te blokkeren! Vaak wordt daarbij door een armbeweging tegen de werprichting in contact met de bal gemaakt op t moment dat de bal niet vrij is (zie slaan naar de bal Legio kansen op overtredingen waardoor doelkansen verloren gaan!
Tot slot nog enkele bijzondere vrije worpen: de uitworp, de uitbal en de strafworp.
- Bij de uitworp en de uitbal gelden alle eerder genoemde bepalingen met betrekking tot de vrije worp.
- Bij de strafworp (een vrije worp met recht tot doel; geen plicht) is dat niet zo:
- De afstand van de nemer t.o.v. de overige spelers is anders geregeld.
- inlopen is niet eerder toegestaan dan nadat de strafworp genomen is
- De vier seconden regel is niet van kracht ( maar bij het te lang wachten met nemen is, zeker in de slotfase, onnodig spel ophouden wel mogelijk en volgt dus een vrije bal tegen)